interview met Code31[Gert Aertsen, Hendrik Leper, Pieter heremans] -- januari 2005
 

Kunnen jullie even kort zeggen waar Code 31 voor staat? Wat is voor jullie het startpunt geweest voor het uitbouwen van jullie organisatie?

Het uitgangspunt was eigenlijk eenvoudig: we waren allemaal individueel met dezelfde dingen bezig en vaak is dat moeilijk omdat je geconfronteerd wordt met technische problemen die je alleen niet kan oplossen. Daarom zijn we gaan samenwerken. Eén keer per week of per maand komen we samen. Iedereen vertelt waar hij mee bezig is en localiseert het probleem dat zich in zijn project stelt. Daar wordt dan in groep over nagedacht, en zo komen we tot mogelijke oplossingen. Voor ons was dat eigenlijk het begin: we wilden een open studio maken. Niet alleen voor ons maar voor iedereen die met kunst en technologie bezig is en niet graag alleen thuis zit te werken. We zijn allemaal eigenlijk research aan het doen, maar vaak ontbreekt het ons aan feedback. Elk is bezig met zijn specifiek onderzoek of domein, en dan kan het erg nuttig zijn om af en toe samen te zitten, om je eigen zienswijze open te trekken..

Zouden jullie die individuele projecten kunnen toelichten?

Gert en ik zijn vooral bezig met installaties, en Pieter is erg goed in coding. We zijn ook in zekere mate gelieerd aan Anatomic [de Waag/Amsterdam], vooral waar het connected performances betreft. Dat zijn de dingen waarrond we proberen te werken.
Jullie zijn vaak bezig met kunst en technologie. Wat betekent de term ‘mediakunst’ dan specifiek voor jullie, en vind je zelf dat die toepasselijk is op jullie praktijk?
Ons terrein is eigenlijk de digitale mediakunst. Maar dat wordt wel langs alle kanten opengetrokken. Je kan niet zonder coding bijvoorbeeld, of zonder kennis van programmatie, of electronica. Je gaat ook vaak klank of beeld genereren. En dan is je computer niet langer uitsluitend een tool, maar echt een aanvulling. Als je de computer gebruikt om materiaal te genereren, dan past dat wel onder digitale mediakunst, maar echt in de ruimste zin van het woord. In die zin is code 31 dan ook een open studio of een collectief van mensen die uit heel verschillende richtingen komen: Hendrik is fotograaf, ik ben schilder van opleiding en Pieter is architect. Eigenlijk vinden we elkaar in die digitale media en dat maakt het net zo interessant om samen te zitten. Omdat je dan echt een breed spectrum hebt van benaderingen, met de gedeelde interesse om daar iets artistieks mee te doen: om te onderzoeken hoe we die middelen kunnen gebruiken om een artistiek project op te zetten. Eigenlijk stellen we de vraag naar de creatieve mogelijkheden van technologie of van de combinatie van de verschillende technologieën waar ieder van ons mee bezig is.

Hoe lang bestaan jullie al in deze vorm?

Ik denk dat we nu zo ongeveer twee jaar samen komen, met intensieve periodes en minder intensieve periodes. Nu gaan we ervoor kiezen om één keer in de maand samen te komen en meer rond een bepaald thema te werken. We merken toch wel dat we een beetje moeten professionaliseren in onze werking.
In de twee jaar dat jullie bezig zijn hebben jullie de focus heel duidelijk op onderzoek gelegd: jullie hebben geprobeerd om telkens weer ongekende probleemstellingen op te lossen, om vernieuwende antwoorden te formuleren. Kan je in de lijn van die twee jaar al een rode draad waarnemen?
Eén van de lijnen, die ook samenhangt met onze samenwerking met Anatomic, zijn de streaming-projecten. Dat is in die twee jaar wel het constante thema gebleven: streaming van audio en video, daar zijn we eigenlijk intensief mee bezig. Een andere rode draad, zij het iets technischer, is onze zoektocht naar interactie met de computer: hoe kan ik een computer laten interageren met mijn installatie? Binnen Code 31 heeft iedereen dus zijn eigen invalshoek, mensen die met electronica bezig zijn hebben andere oplossingen dan mensen die met codering bezig zijn, of informatici of mensen die met content of met de installatie zelf bezig zijn. Het interessante aan Code 31 is dat we al deze kennisgebieden kunnen laten samenvallen, en gezamelijk naar oplossingen kunnen zoeken.
Zeker bij de connected performances merk ja na een tijdje dat je door het experimenteren met verschillende techologieën uiteindelijk bij oplossingen uitkomt die je niet had voorzien. Ik merk bijvoorbeeld in mijn eigen werk dat ik nu bepaalde dingen die ik bij het experimenteren met Code 31 heb ontdekt, gebruik in mijn eigen projecten. En dat geldt voor elk van ons.

Jullie hebben allemaal een erg verschillende achtergrond. Hoe zou je dan het belangrijkste instrumentarium van Code 31 willen omschrijven? Wat beschouwen jullie als de belangrijkste tools in de ontwikkeling van jullie onderzoek of projecten?

Dat is vrij simpel: de computer en natuurlijk ook het internet. Er is ook heel veel software die we delen. Ik gebruik bijvoorbeeld heel vaak MAX. Dat zijn zo’n beetje de steeds weerkerende tools.
Hebben jullie één project dat precies belichaamt waar jullie voor staan? Een soort toetssteen waarop jullie willen doorwerken?
Wij willen actief bezig zijn met de vragen die bij onze collega’s ontstaan, of bij mensen die naar onze meetings komen om een antwoord op hun zeer specifieke problemen te vinden. En om dan in groep, elk vanuit zijn eigen discipline met deze vragen bezig te zijn, dat is eigenlijk in een notendop wat ons drijft, en dat zal ook wel zo blijven.
We zullen ons nooit een afgebakend doel stellen. Het enige doel is om mensen samen te brengen en kennis te vergaren om nieuwe problemen te tackelen. Het leuke is dat elke oplossing ook weer nieuwe uitdagingen creëert, waardoor je nooit aan het einde van je project komt.

‘Code 31’, waar komt die naam eigenlijk vandaan?

Code 31 is eigenlijk een microsoft foutmelding. Eigenlijk is het verhaal vrij simpel: op een bepaald moment had ik een subsidiedossier ingedient op cd-rom, en toen bleek die bij de administratie van de beeldende kunstcommissie onleesbaar, vanwege een code 31. Een maand later waren we over een naam aan het denken, en toen viel die anekdote me te binnen.

Zijn er vragen die telkens terugkeren, en die omschreven zouden kunnen worden als ‘het probleem van het moment’?

Ik denk dat dat niet zo eenvoudig te omschrijven is. Voor mij is dat bijvoorbeeld al helemaal anders dan bij Gert of Pieter. Gisteren waren wij bijvoorbeeld bezig met de iPod en iTrip, en blijkt dat de communicatie tussen die twee devices blijkbaar niet zo simpel is. Dus zijn we naar een oplossing gaan zoeken: met een oscilloscoop, of kan je daar ook andere middelen voor gebruiken? Dat is een vrij technisch proces, om uit te maken welke tools of welke software of welk toestel je nodig hebt om je de juiste antwoorden te geven. Het grootste probleem is waarschijnlijk dat je steeds beter beseft hoe weinig je eigenlijk weet. En dat lost zichzelf niet op, dat wordt alleen maar erger.
Jullie hebben code 31 dus vooral opgericht om kennis te verzamelen. Hebben jullie ook de bedoeling om naar andere organisaties toe te gaan of een groter platform te creëren? Om te vermijden dat jullie anders allemaal als kleine eilandjes naast mekaar functioneren?
De voorbije jaren hebben wij onze tweewekelijkse meetings zoveel mogelijk in andere medialabs ingericht. Wij gingen op bezoek, gebruikten hun faciliteiten (de ruimte, internetaansluiting,...) en leerden op die manier hen kennen en ook wat er in Brussel leeft.

Zijn er parallellen te trekken tussen de verschillende organisaties?Is er bijvoorbeeld één hot item waar iedereen zich mee bezig houdt?


Ik denk dat het een feit is dat veel kunstencentra of ook kleinere organisaties merken dat ze eerder researchmatig moeten gaan werken en beseffen dat het proces ook belangrijk is en moet worden gecommuniceerd. Dat wil zeggen dat er heel vaak geen afgewerkste producten meer worden getoond, maar wel datgene waar je op dat moment mee bezig bent, in het stadium dat je op dat moment hebt bereikt. Er is een groeiend besef dat dit precies interessant kan zijn, en uitdagend.