| Kunnen
jullie even kort zeggen waar Code 31 voor staat? Wat is voor jullie het
startpunt geweest voor het uitbouwen van jullie organisatie?
Het uitgangspunt was eigenlijk eenvoudig: we waren allemaal individueel
met dezelfde dingen bezig en vaak is dat moeilijk omdat je geconfronteerd
wordt met technische problemen die je alleen niet kan oplossen. Daarom
zijn we gaan samenwerken. Eén keer per week of per maand komen
we samen. Iedereen vertelt waar hij mee bezig is en localiseert het probleem
dat zich in zijn project stelt. Daar wordt dan in groep over nagedacht,
en zo komen we tot mogelijke oplossingen. Voor ons was dat eigenlijk het
begin: we wilden een open studio maken. Niet alleen voor ons maar voor
iedereen die met kunst en technologie bezig is en niet graag alleen thuis
zit te werken. We zijn allemaal eigenlijk research aan het doen, maar
vaak ontbreekt het ons aan feedback. Elk is bezig met zijn specifiek onderzoek
of domein, en dan kan het erg nuttig zijn om af en toe samen te zitten,
om je eigen zienswijze open te trekken..
Zouden jullie die individuele projecten kunnen toelichten?
Gert en ik zijn vooral bezig met installaties, en Pieter is erg goed in
coding. We zijn ook in zekere mate gelieerd aan Anatomic [de Waag/Amsterdam], vooral waar
het connected performances betreft. Dat zijn de dingen waarrond we proberen
te werken.
Jullie zijn vaak bezig met kunst en technologie. Wat betekent de term
‘mediakunst’ dan specifiek voor jullie, en vind je zelf dat
die toepasselijk is op jullie praktijk?
Ons terrein is eigenlijk de digitale mediakunst. Maar dat wordt wel langs
alle kanten opengetrokken. Je kan niet zonder coding bijvoorbeeld, of
zonder kennis van programmatie, of electronica. Je gaat ook vaak klank
of beeld genereren. En dan is je computer niet langer uitsluitend een
tool, maar echt een aanvulling. Als je de computer gebruikt om materiaal
te genereren, dan past dat wel onder digitale mediakunst, maar echt in
de ruimste zin van het woord. In die zin is code 31 dan ook een open studio
of een collectief van mensen die uit heel verschillende richtingen komen:
Hendrik is fotograaf, ik ben schilder van opleiding en Pieter is architect.
Eigenlijk vinden we elkaar in die digitale media en dat maakt het net
zo interessant om samen te zitten. Omdat je dan echt een breed spectrum
hebt van benaderingen, met de gedeelde interesse om daar iets artistieks
mee te doen: om te onderzoeken hoe we die middelen kunnen gebruiken om
een artistiek project op te zetten. Eigenlijk stellen we de vraag naar
de creatieve mogelijkheden van technologie of van de combinatie van de
verschillende technologieën waar ieder van ons mee bezig is.
Hoe lang bestaan jullie al in deze vorm?
Ik denk dat we nu zo ongeveer twee jaar samen komen, met intensieve periodes
en minder intensieve periodes. Nu gaan we ervoor kiezen om één
keer in de maand samen te komen en meer rond een bepaald thema te werken.
We merken toch wel dat we een beetje moeten professionaliseren in onze
werking.
In de twee jaar dat jullie bezig zijn hebben jullie de focus heel duidelijk
op onderzoek gelegd: jullie hebben geprobeerd om telkens weer ongekende
probleemstellingen op te lossen, om vernieuwende antwoorden te formuleren.
Kan je in de lijn van die twee jaar al een rode draad waarnemen?
Eén van de lijnen, die ook samenhangt met onze samenwerking met
Anatomic, zijn de streaming-projecten. Dat is in die twee jaar wel het
constante thema gebleven: streaming van audio en video, daar zijn we eigenlijk
intensief mee bezig. Een andere rode draad, zij het iets technischer,
is onze zoektocht naar interactie met de computer: hoe kan ik een computer
laten interageren met mijn installatie? Binnen Code 31 heeft iedereen
dus zijn eigen invalshoek, mensen die met electronica bezig zijn hebben
andere oplossingen dan mensen die met codering bezig zijn, of informatici
of mensen die met content of met de installatie zelf bezig zijn. Het interessante
aan Code 31 is dat we al deze kennisgebieden kunnen laten samenvallen,
en gezamelijk naar oplossingen kunnen zoeken.
Zeker bij de connected performances merk ja na een tijdje dat je door
het experimenteren met verschillende techologieën uiteindelijk bij
oplossingen uitkomt die je niet had voorzien. Ik merk bijvoorbeeld in
mijn eigen werk dat ik nu bepaalde dingen die ik bij het experimenteren
met Code 31 heb ontdekt, gebruik in mijn eigen projecten. En dat geldt
voor elk van ons.
Jullie hebben allemaal een erg verschillende achtergrond. Hoe zou
je dan het belangrijkste instrumentarium van Code 31 willen omschrijven?
Wat beschouwen jullie als de belangrijkste tools in de ontwikkeling van
jullie onderzoek of projecten?
Dat is vrij simpel: de computer en natuurlijk ook het internet. Er is
ook heel veel software die we delen. Ik gebruik bijvoorbeeld heel vaak
MAX. Dat zijn zo’n beetje de steeds weerkerende tools.
Hebben jullie één project dat precies belichaamt waar jullie
voor staan? Een soort toetssteen waarop jullie willen doorwerken?
Wij willen actief bezig zijn met de vragen die bij onze collega’s
ontstaan, of bij mensen die naar onze meetings komen om een antwoord op
hun zeer specifieke problemen te vinden. En om dan in groep, elk vanuit
zijn eigen discipline met deze vragen bezig te zijn, dat is eigenlijk
in een notendop wat ons drijft, en dat zal ook wel zo blijven.
We zullen ons nooit een afgebakend doel stellen. Het enige doel is om
mensen samen te brengen en kennis te vergaren om nieuwe problemen te tackelen.
Het leuke is dat elke oplossing ook weer nieuwe uitdagingen creëert,
waardoor je nooit aan het einde van je project komt.
‘Code 31’, waar komt die naam eigenlijk vandaan?
Code 31 is eigenlijk een microsoft foutmelding. Eigenlijk is het verhaal
vrij simpel: op een bepaald moment had ik een subsidiedossier ingedient
op cd-rom, en toen bleek die bij de administratie van de beeldende kunstcommissie
onleesbaar, vanwege een code 31. Een maand later waren we over een naam
aan het denken, en toen viel die anekdote me te binnen.
Zijn er vragen die telkens terugkeren, en die omschreven zouden kunnen
worden als ‘het probleem van het moment’?
Ik denk dat dat niet zo eenvoudig te omschrijven is. Voor mij is dat bijvoorbeeld
al helemaal anders dan bij Gert of Pieter. Gisteren waren wij bijvoorbeeld
bezig met de iPod en iTrip, en blijkt dat de communicatie tussen die twee
devices blijkbaar niet zo simpel is. Dus zijn we naar een oplossing gaan
zoeken: met een oscilloscoop, of kan je daar ook andere middelen voor
gebruiken? Dat is een vrij technisch proces, om uit te maken welke tools
of welke software of welk toestel je nodig hebt om je de juiste antwoorden
te geven. Het grootste probleem is waarschijnlijk dat je steeds beter
beseft hoe weinig je eigenlijk weet. En dat lost zichzelf niet op, dat
wordt alleen maar erger.
Jullie hebben code 31 dus vooral opgericht om kennis te verzamelen. Hebben
jullie ook de bedoeling om naar andere organisaties toe te gaan of een
groter platform te creëren? Om te vermijden dat jullie anders allemaal
als kleine eilandjes naast mekaar functioneren?
De voorbije jaren hebben wij onze tweewekelijkse meetings zoveel mogelijk
in andere medialabs ingericht. Wij gingen op bezoek, gebruikten hun faciliteiten
(de ruimte, internetaansluiting,...) en leerden op die manier hen kennen
en ook wat er in Brussel leeft.
Zijn er parallellen te trekken tussen de verschillende organisaties?Is
er bijvoorbeeld één hot item waar iedereen zich mee bezig
houdt?
Ik denk dat het een feit is dat veel kunstencentra of ook kleinere organisaties
merken dat ze eerder researchmatig moeten gaan werken en beseffen dat
het proces ook belangrijk is en moet worden gecommuniceerd. Dat wil zeggen
dat er heel vaak geen afgewerkste producten meer worden getoond, maar
wel datgene waar je op dat moment mee bezig bent, in het stadium dat je
op dat moment hebt bereikt. Er is een groeiend besef dat dit precies interessant
kan zijn, en uitdagend.
|