| filosofie
en methodologie van Looking Glass
De computer als elektronische machine heeft het kunstwerk tot een dynamisch
en interactief systeem gemaakt waar toeschouwer en kunstwerk tot één
systeem samensmelten. Deze koppeling van mens en machine vindt plaats
via de interface die ontstaat uit de wisselwerking tussen de cognitieve
wetenschap en de intuïtieve kunsten. De verschuiving van het kunstwerk
van object naar systeem is nauw verbonden met het verschuivend wereldbeeld
van vandaag. Als zodanig is de kunst die wordt gecreëerd met machines
een weerslag van de snel veranderende kijk op ons zelf en de wereld rondom
ons, waarin we steeds meer beseffen dat ze complex en dynamisch van structuur
is en een sterke interactie kent. De relaties en de interactie in het
systeem zijn hier de scharnierpunten geworden. Het is een verschuiving
van een wereld van constanten naar een wereld van variabelen. Van een
gesloten naar een open systeem en van een objectieve naar een waarnemers-objectieve
wereld.
Het benaderingsverschil tussen de ‘oude media’ en de ‘nieuwe
media’ kunstwerken ligt in het stabiele tegenover het onstabiele,
het object tegenover het proces, het materiële tegenover het immateriële,
de afstand tot het kunstwerk tegenover de interactie, de representatie
tegenover de abstractie, kortom : al deze elementen leiden tot een nieuwe
vorm van perceptie van het kunstwerk.
een nieuwe esthetiek
Welk zijn nu de bijzondere esthetische eigenschappen van de digitale beeldcultuur
en brengen deze eigenschappen een specifieke esthetische waarneming voort?
Een eerste vaststelling is dat de gebruiker bij zijn ervaring van een
werk niet rechtstreeks te maken heeft met de codering in enen en nullen,
maar dat de ervaring en interactie met computerkunst verloopt via een
interface die als een soort vertaler optreedt tussen de beide partijen.
De interface bewerkstelligt de overdracht tussen de computer en publiek.
Welke nieuwe vorm van perceptie wordt er dan teweeg gebracht bij interactieve
kunstwerken, bij immersive environments zoals Virtual Reality Worlds,
bij hypertext, digitale cinema of andere nieuwe culturele vormen die door
gebruik van de de computer in de kunstwereld zijn ontstaan? Deze diversiteit
van toepassingen, het continu veranderen van- en opgaan in nog nieuwere
vormen van mediatechnologie, is misschien één van de bepalende
eigenschappen van de digitale esthetiek.
Er kan niet echt gesproken worden van één overheersende
benadering, of van één definitie voor digitale esthetiek.
We kunnen de digitale esthetiek beter benaderen via zijn sub-categorieën.
De interactiviteit is daar één van, maar ook weer niet bepalend
voor het digitale alleen, want andere oudere kunstvormen waren ook al
interactief in de letterlijke zin van het woord. ‘Differentiële’
esthetiek kan een andere omschrijving zijn. Het ‘differentiële’
verwijst naar technologiën die gebaseerd zijn op de verschillen binnen
zichzelf. Het betekent ook het einde van de media als duidelijke afgegrensde
vormen: digitale media neigen ernaar om zichzelf te differentiëren
in een continu proces. De basis van de nieuwe media esthetiek is dat er
altijd een nieuwere variant is voor die esthetiek. Dit impliceert dat
de dingen continu veranderen -computers en cultuur veranderen mekaar voortdurend-,
waarbij deze beiden groeien naar een niveau van instabiliteit, zowel in
de computermedia als in de culturele processen.
Een kunstwerk kan niet meer beschouwd worden als een object dat zich bevindt
op een bepaalde plaats en waar men naartoe gaat om het te bewonderen.
Door de inbreng van de digitale media wordt kunst iets waar we elke dag
helemaal in ondergedompeld zijn, waar we altijd en overal toegang tot
hebben. Het kunstwerk wordt dislocatief. Door deze implosie van afstand
verliest -zoals Walter Benjamin reeds stelde- het kunstwerk zijn ‘aura’.
De digitale esthetiek heeft veel te maken met het benadrukken en versnellen
van dit verlies van afstand. Er is geen verschil van waarnemingsafstand
meer tussen subject en object. Dit verdwijnen van afstand maakt ook dat
de hele wereld één groot actieveld wordt voor de kunst.
De wereld vertoont zich op een meer dynamische manier, en door de digitale
technologieën staan ook wij meer dynamisch in de wereld.
Tot in de jaren’60 werd er over technologie gesproken in termen
van uitbreiding van de menselijke zintuigen, technologie als een supplement
van het lichaam. Maar door middel van de computerinterface wordt er een
nieuw concept naar voor gebracht : computer en gebruiker worden samen
deel van één environment, waardoor ons ruimtebegrip volledig
veranderd. We spreken hier over een bepaalde vorm van affectiviteit en
interactiviteit. Computermedia bevorderen het engagement tussen de wereld
en de zintuigen. Nieuwe media worden niet langer gezien als dragers van
informatie, maar de media werken op ons in en wij op hen.
|